Thailand, Cherries

5 januari 2013 - Young, Australië

In november, al weer even geleden, zijn we naar Thailand gegaan. We moesten het land uit om een nieuw visum voor Mel aan te vragen, en dat hebben we gecombineerd met een vakantie. Vanaf Australie is het maar 8 uur vliegen, niet slecht, alleen hadden wij bij AirAsiaX geboekt; goedkoper, maar natuurlijk met meer overstaptijd. Hierdoor moesten we 8 uur doorbrengen in Kuala Lumpur, in het terminal van AirAsiaX, een oude hal met een enorm schel omroepsysteem, waar erg veel gebruik van werd gemaakt. Elke 3 minuten werd er wel iets omgeroepen, zo hard mogelijk, en af en toe zelfs 2 dingen tegelijk, waarbij er nog harder geschreeuwd werd om de ander te overstemmen. Na een tweede vlucht, van nog geen 2 uur, kwamen we aan in Phuket, waar we snel door de douane konden en binnen een half uur buiten stonden. Hier stonden tientallen taxi's klaar, waarbij je door een rij van opdringerige chauffeurs moest lopen. Welkom in Thailand. Hier moet je ook op alles afdingen, iets waar we duidelijk nog niet goed genoeg in waren. Een van de taxi's kostte 1200 Bath, we boden 1000, en zonder discussie of twijfel; Ok, kom maar mee. Dat had goedkoper gekund.... Hier zijn we dan ook meteen geconfronteerd met het Thaise verkeer: chaos. Er schijnen geen regels te zijn. Iedereen rijdt zo snel mogelijk, haalt in aan alle kanten, op de 2-baanse weg rijden er minstens 3 auto's naast elkaar, en daarnaast rijden er ook nog eens honderden scooters tussen de auto's. Ondanks dit toch levend bij het hotel in Patong aangekomen. En het beste van allemaal: er waren bedden. Voor het eerst in 3 maanden dat ik in een bed lag.

De eerste dag hebben we niet veel gedaan; 's ochtends uitgebreid ontbeten aan het strand, en daarna een beetje door de stad gelopen, waar constant vanalles aangeboden wordt. Taxi? Tuktuk? Taxi? Massage? Have a look inside sir... Anything for you? Taxi? Tuktuk? Nee! Donder op met je taxi! Aaagh. Overal souvenirs, en op elke hoek van de straat wordt benzine verkocht, in lege rum- en whiskey flessen. Uiteindelijk een nieuwe merk-zonnebril gekocht voor 4 euro, en 's middags op het strand gelegen. 's Avonds verschijnen er overal restaurants buiten op straat, waar je met enig risico op een voedselvergiftiging niet verkeerd kunt eten.

Op de tweede dag was het mijn verjaardag! Na alweer een uitgebreid ontbijt (zoals elke dag, in een restaurant, met scrambled eggs, koffie, vers vruchtensap, vers fruit, toast en bacon, alles voor nog geen 5 euro) zijn we op een snorkeltour geweest. We werden bij het hotel opgehaald door een taxibusje, een uur over het eiland gereden, en met nog 6 andere op een speedboot naar de Khai Nai Islands gevaren. Hier hebben we op 3 verschillende locaties gesnorkeld, in enorm helder blauw water met honderden vissen. Alleen jammer dat de tour overal maar een uur stopte, waardoor het snorkelen erg gehaast was. Op het derde eiland zijn we niet eens meer het water in gegaan. Dit was ook vrijwel onmogelijk, omdat rondom het eiland het hele strand vol lag met boten, waardoor je het water bijna niet meer kon zien. 's Avonds hebben we gegeten bij een Irish pub, en de rest van de avond Mojito's gedronken op het strand.

Vanuit Patong zijn we een dag met een Tuktuk naar Kata gegaan, een strandplaats 10 km naar het zuiden. En ondanks de kleine afstand een enorm verschil. In Patong zijn veel Europeanen en Australiers, in Kata zijn er alleen maar Russen. De stad was niet levendig, en de was maar een rede waarom we er naar toe gingen; een superleuke minigolfbaan. Midden in de stad is een minigolfbaan in dino-thema, vol dino's en in het midden een enorme vulkaan, inclusief rook en steekvlammen.

Na een paar dagen hadden we het wel gezien in Patong, en zijn we naar Koh Phi Phi gegaan. Een klein eiland ongeveer anderhalf uur van de Phuket. Het hele eiland is vrij van auto's, en de enige 2 scooters op het eiland zijn van de politie. Verder wordt alles lopend en met handkarren gedaan. Alle straten zijn smal en vol restaurants en barren. Erg ontspannen. Rond Koh Phi Phi zijn veel snorkel- en duik locaties, en een dag zijn we 's ochtends vroeg met een longtail boot naar een strand gegaan, om vanuit daar te snorkelen. Ongeveer 100 meter van het strand was een klein rotseilandje, waar je met een beetje geluk Leopard-haaien te zien zijn. We hebben er anderhalf uur rondgezwommen, en uiteindelijk een blacktipped reefshark gezien. 's Middags hebben we een kayak gehuurd en zijn aan de andere kant van de baai langs de rotskust gevaren. Een paar mooie locaties, maar met een nadeel: apen. Een van de stranden heet Monkey Beach, maar ze waren overal. Erg aggressief, en doen alles om voedsel te krijgen. Vanaf een ander strand gingen we snorkelen, en hadden de kayak op het strand liggen. We hadden wat bananen gekocht om de vissen te voeren, en terwijl wij bezig waren om naar het koraal te zwemmen (met 1 banaan), hadden de apen de overige 5 opgegeten. Toen we zagen dat ze richting de kayak liepen, zijn we meteen teruggekeerd, al was het te laat.Gelukkig hadden we onze lunch al op, al hadden de apen de zakjes chilisaus opgegeten. We hebben de kayak terug veroverd, met behulp van de peddel, en zijn snel vertrokken. Hierna zijn we maar niet meer aan land gegaan. We hebben vanaf de kayak gesnorkeld, om de beurt. Terwijl ik aan het snorkelen was werden we geroepen door mensen van een boot. Deze liggen hier de hele dag, en mensen komen met kleine bootjes om hier te duiken. “come here, I give you tank..” Daar aangekomen vroeg hij of ik een certificaat had, en 5 minuten later lag ik met een uitrusting in het water, terwijl Melanie, zonder certificaat, van het overgebleven buffet kon genieten. Ik heb 45 minuten rondgezwommen, en terug bij de boot was vrijwel iedereen weg, op de slapende kapitein na.

Die avond was er een groot feest op het strand: the New Moon Party. Elke bar had vuurshows, vuurspugers, limbo-dansen onder een brandende stok (waar je aan deel kon nemen, en elke ronde kreeg je een shotje). Wij hadden een relaxte bar uitgezocht, met uitzicht op 2 shows, en op een strandstoel aan het water gelegen. Alleen was het eb toen we kwamen, en tijdens de avond begon het water steeds verder te stijgen, waardoor we steeds verder naar achter moesten schuiven. Aan het eind van de avond stond de helft van de mensen in de zee, het podium stond onder water maar de shows gingen door, en de enige manier om van het strand te komen was door knie-diep water te lopen.

Naast Koh Phi Phi ligt een tweede eiland; Koh Phi Phi Leh. Elke dag vertrekken hier tientallen boten naartoe, elk met een enorm gehaast programma. Om dit te voorkomen hebben we een longtailboot gehuurd voor een dag, waardoor we overal naartoe gevaren werden en konden doen wat we wilden (voor zo'n 60 Euro). We hebben in een dag tijd een rondje rond het eiland gemaakt, en in verschillende baaien erg lang gesnorkeld. Een van de baaien was volledig begroeid met annemonen, en de helft hiervan was bewoond door een familie Nemo-vissen. In andere baaien hebben we vissen gevoerd met bananen: er komen zoveel vissen op af dat je je uitgestrekte hand niet meer kunt zien. We zijn ook gestopt bij Maya-bay, een strand waar ooit een bekende film is opgenomen (al had ik nog nooit van de film gehoord). Erg mooi; alleen jammer van de tientallen boten met de honderden toeristen, waardoor je het einde van het strand niet eens kon zien.

De laatste dag zijn we naar het uitzichtpunt boven op de berg gelopen, waarvan je een prachtig uitzicht over het eiland hebt, al was het een flinke wandeling bergop in de Thaise hitte. We zijn nog een keer gaan snorkelen aan de andere kant van het eiland. Hier was de baai zo ondiep dat het een half uur duurde voordat we in diep water waren; daarvoor was het knie-diep, en vol zee-egels, en het ergste: je moest ook weer terug. Niet heel erg spectaculair koraal, maar wel een erg mooie wit-blauwe zeeslang gezien, van iets te dicht bij.

Terug op het vaste land hebben we een nacht in Phuket Town geslapen. Hier was het veel minder touristisch, waardoor vrijwel niemand er Engels sprak. Geen probleem, op de oneetbaar hete curry na. Vanuit hier zijn we met de bus naar Khoa Lak gegaan, een plaatsje verder naar het noorden, meer in het regenwoud. Ondanks het gebrekkige Engels van de chauffeur zijn we ruim 2 uur later toch op de goede plaats uitgestapt, slechts 5 minuten van ons hotel vandaan. In tegenstelling tot de vorige plaatsen was het hier vergeven van de Duitsers, en, tot grote vreugde van Melanie, de nodige Duitse restaurants. Vanuit hier hebben we een jungletocht op een olifant gemaakt. Erg touristisch (enkele olifanten die de hele dag het zelfde rondje lopen, en een constante aanvoer van nieuwe touristen), niet erg comfortabel, maar je moet het gedaan hebben. Ik vond het vooral leuk om een olifant van zo dichtbij te zien, en hem bananen te voeren. Halverwege de route stopte we bij een waterval met meertje, waar je kon zwemmen. Nog voordat we in het water lagen zagen we een slang het water in glijden, en volgens de gids was het “vast geen gevaarlijke”. Ondanks dat toch lekker gezwommen. Na de tocht op de olifant gingen we naar een plaats waar je kon bamboo-raften. Op een bamboe-vlotje over een riviertje, waarbij je niks anders hoefde te doen dan genieten.

Helaas was het weer niet zo heel goed in Khao Lak, waardoor we niet heel erg veel hebben kunnen doen. We zijn een paar keer naar de markt gegaan, een enorme markt, deels vol touristische meuk, deels vol “verse” vis en rauw vlees (de hele dag buiten, in de hitte, en vol vliegen...), groente en fruit, en een groot deel met allerlei warm eten: inktvisjes op een stokje, rietsuikersap uit een zakje, eieren op een stokje, sushi in de vorm van angry birds. De meest vreemde dingen waren te koop, enkele dingen geprobeerd; gelukkig hadden ze ook loempia's. De laatste dag was het Mel's verjaardag. De dag ervoor was ik naar de bakker gegaan om een verjaardagstaart te bestellen. Een hele belevenis: eerst alles uitgelegd, vervolgens werd er een paar keer heen en weer gebeld, alles nog een keer uitgelegd over de telefoon, de naam en leeftijd op een briefje geschreven, en uiteindelijk was het dan toch allemaal duidelijk. Een medium-chocolade taart, klein was niet mogelijk omdat ze geen kleinere bakvormen haddden. Op Mel's verjaardag kon ik het 's ochtends ophalen: om 9 uur 's ochtends stond ik bij de bakker, maar de taart was er nog niet. Het broertje van de verkoopster kreeg 40 bath uit de kassa, zodat hij verderop in de straat een fles benzine kon kopen, en na getankt te hebben verdween hij op zijn scootertje. 15 minuten later verscheen hij weer, deze keer met een taart in de zijspan. De taart was heerlijk, ondanks dat het een beetje gesmolten was door de kaarsjes, en ik was blij dat we geen kleine hadden. Helaas was het weer nog steeds slecht, en hebben niks speciaals kunnen doen. We zijn weer naar de markt geweest, en 7 flessen (4.2 liter) alcohol gekocht als souvenirs (je mag elk 2.25 l meenemen in Australia).

De reis terug naar het vliegveld verliep in eerste instantie uitstekend: er komt ongeveer 1 keer per uur een bus door het stadje, en we stonden nog geen 5 minuten bij de weg voordat de bus langs kwam. Met moeite uitgelegd dat we naar het vliegveld wilden, en aangezien de bus niet tot aan de terminal rijdt, we de laatste kilometers met een taxi gingen. Vanaf dat moment hadden we nog ruim 2 uur om op het vliegveld te komen, en het was maar 50 minuten rijden. Op de borden kwam het vliegveld steeds dichter bij, en toen we de afslag zagen vroegen we of we er hier uit moesten. “nee, nog een stukje verder”. En we reden verder, en verder, en verder. En elke keer als we zeiden dat we er al lang voorbij zeiden ze “nog een stukje verder” “hier zijn geen taxi's”. Pas bij de zesde keer, ondertussen ruim 35 km verder, met behulp van 2 Thaise die wel Engels spraken (en wel door hadden dat we er toch echt uit wilde), de bus kunnen stoppen en op een willekeurige plaats langs de weg met onze bagage uitgestapt. We staken de weg over, en meteen stopte er een taxi, die toch op weg was naar het vliegveld, en ons meenam voor wat we er voor wilde betalen; al het Thaise geld dat we nog hadden. En dankzij zijn “vlotte” rijstijl nog ruim op tijd in kunnen checken. De reis terug was het zelfde als de heenreis, 8 uur wachten in de vertrekhal waarbij we meer gehoorschade hebben opgelopen dan tijdens een gemiddeld concert. In Australie was de douane iets vervelender: voor het eerst werd ik gecontrolleerd. We hadden aangegeven dat we in een rivier gezwommen hadden, en houten voorwerpen hadden, waardoor we alles uit moesten pakken en laten zien.

Vanuit the Gold Coast zijn we in 2 dagen tijd naar Young gereden, om daar kersen te plukken. Melanie had vorig jaar al in deze boomgaard gewerkt, waardoor we zeker waren van een baantje. We kwamen aan om zondag avond, en maandag ochtend om 6 uur begon het werk. We kampeerde op een veldje bij de boomgaard, en elke ochtend werden we met een ute (een pickup met een vlakke laadvloer) naar de goede bomen gereden. Je krijgt hier per kilo betaald; 80 cent, en in goede bomen kun je veel geld verdienen. Je hoeft de kersen alleen los te duwen van de stam, en dan vallen ze in de plukemmer die je om hebt. Twee emmer is een lug (een plastic krat waar je de kersen in doet) van ongeveer 15 kg, en zonder veel moeite kun je er makkelijk een per uur vullen. In de goede bomen hielden we wedstrijden, wie het eerst zijn emmer vol had, en konden we samen een lug vullen in minder dan 10 minuten. Scott, de eigenaar, heeft een boomgaard met erg veel verschillende rassen, sommige goed, en sommige minder goed om te plukken. Het was altijd hopen op Lapins, deze zijn het makkelijkste om te plukken. Ze groeien in grote trossen, zonder veel blad er tussen, waardoor je veel kilo's kunt plukken in weinig tijd. Helaas waren er niet zoveel dit jaar. Na een paar dagen begonnen we ook eerder met plukken, 5.30 AM, omdat het 's middags erg warm werd. Een paar keer zijn we rond 12/1 uur gestopt omdat het al boven de 40 graden was, en 2 dagen later was het zover afgekoeld dat het om 5 uur 's ochtends, toen we opstonden, 2 graden was. Buiten het plukken was er niet zo heel veel te doen in Young. Het is een klein plaatsje, overal kersen, en tijdens de pluk stroomt het vol met plukkers, en zodra de pluk voorbij is loopt het weer leeg. We hebben veel gedart, ik had een bord gekregen voor mijn verjaardag, en veel films gezien (we hadden nieuwe gecopieerd van 2 Fransen, met Franse ondertitelling, en om een of andere rede speelt Jason Statham in elke film). 2 Weken voor kerst hadden we een plastic kerstboom gekocht, en deze buiten de tent opgezet. Er waren lichtjes ingebouwd, die zo snel in verschillende kleuren knipperden dat je er spontaan een epileptische aanval van kon krijgen. Door de wind, en omdat we de boom verschillende keren in de tent hadden gezet omdat het regende, stond de boom niet meer recht overeind, maar in een boog, de top horizontaal, overeind gehouden met een scheerlijn. En er liep een hond rond, waarmee we konden spelen. Niemand had enig idee van wie de hond was, en na een week bleek dat hij van een boerderij 3 km verderop kwam, maar altijd hier was om te spelen en te eten. Hij sliep overal, onder de auto, op de stoelen, op een oude bank, en 's ochtends, als je de tent openmaakte, stond hij daar al te wachten. Met de eerste plukkers stond hij te wachten op de ute, waar je hem op moest tillen, en de hele dag liep hij rond, totdat hij er genoeg van had, en weer met de auto naar de kampeerplaats ging. Ik denk niet dat hij zijn baasjes heeft gezien in de 4 weken dat wij daar waren. Na 3 weken liep de pluk bij Scott een beetje tot een einde, en heb ik nog een week ergens anders geplukt. Hier werd je per lug betaald (AUD 10.50), maar het was niet zo gezellig als bij Scott. We werden als groep ingehuurd om op een andere boomgaard te plukken, waar we eerst de minder goede bomen hebben geplukt, en toen de goede bomen aan de beurt waren, kwam er ineens een andere groep, en waren alleen de minder goede rassen over. Ondanks dat toch veel kunnen plukken, op een dag had ik gemiddeld 2 lugs per uur, 8 uur achter elkaar, ruim 180 Dollar in 8 uur. Na een week hier gewerkt te hebben was er ook hier niks meer, en hebben ik nog een dag kunnen plukken bij Scott. Hierna zijn we nog anderhalve dag vanuit aan het werk geweest in een wijngaard, waar de leidraden van de struiken omhoog gezet moesten worden. Daarvoor moesten we enorme spijkers in de palen slaan, op 1.80m hoogte en dan de draden optillen. Leuk werk voor een dag, al heb je 's avonds het gevoel dat je arm er af valt.

Tussendoor zijn we 2 dagen naar een stuwmeer gegaan om daar kerst te vieren. We hadden de tent gezet en de kerstboom met cadeau's buiten staan toen een storm losbrak. Het waaide zo hard dat we de tentstokken losgemaakt hebben en de tent plat op de grond moesten leggen, en anderhalf uur in de auto hebben gezeten. Er waren families met een compleet opgebouwd kamp, waar alles wegvloog en nat werd. Er vlogen kerstballen en stoelen rond de auto en enkele tenten en luifels rolden voorbij. Na 2 uur was het over, en konden we de tent voor de tweede keer opzetten. Er was ongeveer een emmer water in de tent, maar gelukkig waren al onze spullen in de auto. Op kerstavond hebben we de cadeau's uitgepakt, gelukkig pastte de kerstboom in de tent, al zag deze er niet meer zo goed uit. Op eerste kerstdag hebben we gebarbecued, en daarna weer terug naar de boomgaard gereden. Eind december kwam de pluk tot een einde, mooi op tijd voor nieuwjaar.

Hiervoor zijn we naar Sydney gereden, om daar naar het vuurwerk te kijken.

Foto’s