Victoria

6 januari 2012 - Wilsons Promontory Np, Australië

Na alle kerst-BBQ van mijn vorige bericht ben ik weer op vakantie gegaan, deze keer naar mijn familie in de buurt van Melbourne. Om meer van het land te zien heb ik op Gumtree, een soort marktplaats, gezocht naar mensen met plannen voor de zelfde reis.
Zo kwam ik bij Melanie uit, een Duitse backpackster die het afgelopen jaar langs de kust van Australia heeft gereisd, en nu aan haar 2de rondje begon. Ze had net een maand kersen geplukt in Young, zo’n 300km van Sydney, en was van plan om met haar auto in een paar dagen langs de kust naar Melbourne te rijden. Precies wat mijn plan ook was, dus hadden we afgespoken dat we elkaar zouden ontmoeten in Canberra, wat voor beide op de route lag. Met nog een andere Duitse, Silke, zouden we vanuit daar richting de kust vertrekken.

’s Ochtends eerst met de bus van Sydney naar Canberra, zo’n 3,5 uur. Daar aangekomen zag ik al snel iemand staan die volledig gedesorienteerd om zich heen stond te kijken, duidelijk wachtend op iemand; dat moest Silke wel zijn. Die was net met een andere bus aangekomen. Alleen nog wachten op Melanie; geen idee hoe ze er uit zag, de dagen ervoor alleen een paar mails verstuurd, we wisten alleen dat ze een rode Nissan 4WD had. Na een uur hoopvol naar alle rode 4WDs te hebben gekeken kwam er eindelijk een Nissan aan. Mijn kleine backpack, en de 3 grote tassen van Silke achter in de auto gegooid om vervolgens weer door de verkeerschaos de stad uit te gaan.

’s Avonds hebben we gebarbecued op Pebbly beach, een afgelegen strand tussen de bossen, waar tegen de schemering de kangoeroes gras komen eten. Het was nog vroeg toen we aankwamen en zijn eerst het eten gaan bereiden op een van de vele gratis barbecues (een geweldige uitvinding). Al snel kregen we gezelschap van een kookaburra die ook wel erg geinteresseerd was in ons eten, maar waarschijnlijk uit ervaring wist dat de BBQ heet was, dus veilig in de boom bleef. Niet veel later zagen we de eerste kangoeroes door de bomen, maar telkens als we naar het strand waren gelopen, waren ze weer weg. Dan eerst maar eten; bij de eerste hap eten die Silke nam stal de kookaburra al de kip van haar vork, nog geen 25cm van haar gezicht af. Voor de rest wel veilig kunnen eten en na het opruimen maar weer richting strand gelopen. Nu waren er zo’n 20 kangoeroes rustig gras aan het eten, en omdat ze wel gewend waren aan mensen kon je er nog dicht bij komen ook. Veel foto’s gemaakt, zelfs een kangoeroe kunnen aaien. Daarna naar een rustplaats naast de weg gereden om daar te overnachten.

Op zondag verder naar het zuiden gereden. Niet heel erg veel gedaan, alleen gestopt bij een klein natuurpark met een waterval, zo’n 25km van de hoofdweg af. De eerste paar km was over en verharde weg, de laatste 20 over smalle onverharde bospaadjes. De waterval was wel erg klein, maar het water was best warm en zag er zo lekker uit dat ik terug gerend ben naar de auto om mijn  zwemspullen te pakken. Waar het water stroomde waren de rotsen spekglad en bedekt met algen; een perfecte glijbaan. De duikplank was minder, een 4 meter hoge rots, maar recht er onder meer rotsen, dus moest je best ver springen om in het water te landen.
Daarna zijn we weer verder gereden, en was er niet heel veel te doen onderweg. Paar keer gewandeld, 2 nachten op rustplaatsen verder van de weg af geslapen. Dat is echt ideaal; grasveld ergens tussen de bomen, vrijwel geen geluid van de weg, bijna geen andere kampeerders, gratis, kampvuur toegestaan. Dus ’s avonds het bos in om wat hout te zoeken, daarna een vuurtje voor de tent, lekker warm (het koelt nog best hard af ’s nachts).

Op dinsdag kwamen we aan bij Wilsons Promontory, een natuurpark op een schiereiland op een paar uur afstand van Melbourne. Hier zitten zoveel wilde dieren dat je er op “safari” kon, en dat hebben we dus ook gedaan. Nog geen 10 minuten in het park stak er al een echidna (zoogdier dat eieren legt, ziet er uit als een mega-egel) de weg over, net na een bocht. Nog net op tijd kunnen remmen, auto op de handrem en met zijn drieen met camera’s in de aanslag uit de auto gesprongen. Dat beloofde veel goeds. Een korte wandeling gedaan, waar we 2 wallabies tegen kwamen, en vlak langs een vrij giftige slang zijn gelopen. Ik liep voorop, geen slang gezien, Silke liep achter mij, ook geen slang gezien, Melanie, achteraan, vond de slang op nog geen halve meter van het pad... En volgens Google was het geen lieverdje...

Terug bij de auto moesten we haast maken, er was een kampeerplaats op het eiland en we hadden nog 30 minuten om bij de receptie te komen om een plaats te boeken. De tent opgezet, even wat gegeten en tegen de schemering weer gaan rijden om meer grote beesten te zien. Er is een klein vliegveldje waar kangoeroes en emoes te zien zijn, en tegen schemering worden die actief. Weer erg veel kangoeroes, maar slechts 3 emoes, ver weg en te donker voor goede foto’s. Op de terugweg was het echt donker en moesten we erg langzaam rijden zodat we op tijd konden stoppen voor de overstekende beesten. Meerdere kangoeroes en wombats ontweken, toch een aparte ervaring. Terug op de camping liepen er nog veel meer wombats rond, komen overal uit de bosjes om eten te zoeken. ’s Nachts nog samen met Melanie op “wombathunt” gegaan, gewapend met een zaklamp en fototoestel, en echt tientallen wombats gezien. Ze zijn moeilijk te zien in het donker, verstoppen zich voornamelijk in donkere hoekjes en rennen weg als je te dicht bij komt. Maar als je dan achter ze aan rent en ze inhaalt, stoppen ze en kun je ze aaien.

De 2de dag op Wilsons Promontory nog een keer naar het vliegveld gegaan, deze keer overdag. Silke bleef achter aan de rand van het veld en ik ben met Melanie weer op emoe-jacht gegaan. Al snel hadden we er 3 gevonden, maar telkens als we dichterbij kwamen liepen ze weer weg van ons. Even later waren het er 5, 8, 11,..., maar ze bleven maar weglopen. Toen we bij de landingsbaan aankwamen zijn we op de grond gaan zitten, aan de rand van de struiken, en ineens draaide ze allemaal om en kwamen op ons af. En niet alleen de 10-15 die we al zagen, maar ook van andere richtingen kwamen er ineens meer op ons af, nieuwsgierig naar ons. Uiteindelijk zo’n 25 emoes om ons heen, op een paar meter afstand. Dan zijn het toch best grote beesten, enorme poten, scherpe nagels... Nog nooit zoveel emoes bij elkaar gezien. 10 Minuten daar gezeten, veel foto’s en filmpjes gemaakt, en toen maar eens na gaan denken hoe we weer hieruit konden komen. Uiteindelijk gekozen voor opspringen en op ze af rennen, en hopen dat ze vluchten, wat gelukkig werkte. Op de weg terug nog honderden kangoeroes gezien, allemaal lekker lui aan het zonnen. Omdat het zo leuk was in het park, hadden we besloten om nog maar een nachtje te blijven.
De dag erna zijn we naar Philip Island gereden, een eiland waar ’s avonds duizenden pinguins uit het water komen en over het strand naar hun nestjes lopen. Om de pinguins te “beschermen” hebben ze er tegenwoordig tribunes, zodat je niet te dicht bij kunt komen. Elke avond komen daar 3800 mensen die elke een kaartje van AUD 25 kopen, of zelfs AUD 106 voor een plaatsje in de skybox, om “the parade” van dichtbij te zien. Ja, het was meteen duidelijk dat dit allemaal uit liefde voor de natuur was opgezet. Wij hadden niet zo veel zin om afgezet te worden en zijn weer gaan barbecuen op het strand en daarna na een rustplaats naast de snelweg naar Melbourne gereden voor de laatste dag kamperen.
Op vrijdag Melbourne in gereden, een enorme verkeerschaos zo vlak voor de kerst. Aangezien Melanie de stad een beetje kent, hadden we afgesproken dat ik reed zodat zij ondertussen de kaart kon lezen. Het is geen leuke stad om in te rijden... We zijn naar St Kilda gereden, een paar km van het centrum vandaan. Daar hebben we Silke afgezet bij haar hostel en de auto geparkeerd bij het strand. Even gezwommen in de zee en de tram naar het centrum genomen, waar we de rest van de dag hebben rondgelopen. ’s Avonds weer terug naar St Kilda, om daar tegen schemering naar de pier te gaan. Daar komen namelijk ook pinguins aan land, sta je er maar een meter vanaf en is het nog gratis ook. Tientalen pinguins over het strand zien rennen, echt schattig. Tegen 10 uur ’s avonds in de auto gestapt om naar Geelong te rijden, waar mijn Australische familie woont. Weer door de verkeerschaos, 2 uurtjes gereden voordat we aankwamen bij hun huis.......waar ze al 11 jaar niet meer wonen. Het adresboekje van mijn oma was dus toch niet meer zo betrouwbaar. Het bleek dat we ongeveer een half uur eerder vlak langs het goede huis op waren gereden. Balen. Om kwart voor 1 ’s nachts aangekomen, even bijgepraat en gaan slapen.
Kerst hier in Australia was erg apart. Het voelde niet aan als kerst; warm, geen enkele kerstfilm gezien, niet al weken doodgegooid met kerstmuziek op de radio... Maar wel erg leuk. We hadden een barbecue, de hele dag buiten in het zonnetje gezeten, cricket gespeeld, biertje erbij. En tussendoor alle familie die ik nog nooit gezien heb ontmoet. Nog een paar dagen daar gebleven, met Jenna en Scotty naar het strand gereden en kangoeroes gekeken op de golfbaan, en met Sue en Micheal the Great Ocean Road gereden. Dat was erg mooi, een lange weg, slingerend langs de bergen, uitzicht over de zee. Een weg ingereden waar er tientallen koala’s in de bomen zitten. Onderweg gestopt bij een boom met een koala, maar die zat minstens 10 meter hoog, erg moeilijk te zien. Ook de andere koala’s in de buurt zaten zo hoog. Toen we terugreden de meest stomme koala ooit gevonden; Naast de weg, midden tussen de weilanden, naast een pruttelende waterpomp, stond er 1 boom, niet eens een gumtree, met daarin op 3 meter hoogte een koala. Weer gestopt, camera’s erbij, veel foto’s gemaakt. Daarna doorgereden naar the twelve apostels; grote rotsformaties die oprijzen uit de zee. Al zijn het er geen 12 meer omdat er een paar ingestort zijn. Erg mooi op te zien, ze zijn echt mega-groot, helaas is het er ook mega-druk. Busladingen Japanners en bejaarden worden er gelost, alle parkeerplaatsen vol, continu helicopters met touristen die overvliegen... Maar wel echt de moeite waar om naar toe te gaan.

Op de nacht van 29/30 december met de bus terug gegaan naar Sydney, om daar naar het vuurwerk op the Harbour Bridge te kunnen kijken. Ik wilde graag naar Mrs Macquaries Chair, en deel van the botanic gardens met uitzicht op het brug en the opera house. Dit was een afgesloten site om te voorkomen da het er te druk werd, en daardoor moest je er al vroeg zijn. Ik ben om 12 uur ’s middags thuis weggegaan en om kwart voor een stond ik achteraan een mega-lange rij. Ik was duidelijk niet de enige die het vuurwerk wilde zien. We erg netjes; achteraan stond er een man met een bordje “line starts here”, er liepen 2 bewakers rond, maar die hoefde niks te doen. Verder bleef iedereen keurig in de rij staat, de rij overal even breed, kronkelend door het park. Uiteindelijk om half 4 in het park. Nog in het zonnetje gezeten, naar het stunt-vliegtuig gekeken, kindervuurwerk om 9 uur, om 10 uur maar alvast op een goede plaats gaan staan. Het vuurwerk was echt geweldig, 12 minuten lang, geweldige sfeer in het park.

Nu druk bezig met het leegruimen van mijn kamer, die moet ik morgen verlaten. Dan morgenmiddag met het vliegtuig naar Adelaide, om vanuit daar, weer met Melanie, met de auto naar “the red centre” te rijden. Op weg naar Uluru. Heb er echt zin in, dit is het Australia wat ik echt wil zien. Het gaat ook lekker warm worden; in Sydney was het rond de 30ºC deze week, in Adelaide 39 en in Alice Springs 43.

Neil

 

#De filmpjes volgen nog, krijg steeds een foutmelding bij het uploaden

Foto’s

1 Reactie

  1. Laura:
    6 januari 2012
    Hey Neil,
    Klinkt echt supergaaf allemaal! Tof dat je zoveel onderneemt daar!
    Knuffel,
    Laura